Meerwaardebelasting op levensverzekeringen vanaf 2026: wat verandert er?
Vanaf 1 januari 2026 voert de Belgische overheid een nieuwe meerwaardebelasting in op bepaalde levensverzekeringen. Deze belasting bedraagt 10% op de gerealiseerde meerwaarde wanneer een contract wordt afgekocht of vereffend bij leven. De maatregel maakt deel uit van een bredere fiscale hervorming die meerwaarden binnen het privévermogen wil belasten.
Voor wie geldt de nieuwe belasting?
De meerwaardebelasting is van toepassing op:
- Natuurlijke personen die Belgisch rijksinwoner zijn
- Bepaalde vzw’s of stichtingen die géén fiscaal aftrekbare giften mogen ontvangen
Niet onderworpen zijn o.a.:
- Vennootschappen
- Vzw’s en stichtingen die wél fiscaal aftrekbare giften mogen ontvangen
- Personen die geen Belgisch rijksinwoner zijn
Op welke contracten is de belasting van toepassing?
De belasting geldt enkel wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd in een niet‑fiscaal contract. Het gaat onder meer om:
- Tak 21‑spaarverzekeringen (min. 8 jaar looptijd + overlijdensdekking ≥ 130% van de gestorte premies)
- Tak 23‑beleggingsverzekeringen
- Tak 44‑contracten (combinatie van tak 21 en tak 23)
Niet onderworpen:
- Tak 26‑kapitalisatieverrichtingen
- Contracten van de tweede en derde pijler (groepsverzekering, IPT, VAPZ, pensioensparen, langetermijnsparen)
Wanneer betaal je de meerwaardebelasting?
De belasting wordt geheven:
- Bij afkoop van het contract
- Bij vereffening bij leven op de einddatum van de overeenkomst
Bij overlijden van de verzekerde geldt géén meerwaardebelasting voor de begunstigden, al kunnen er wel successierechten verschuldigd zijn.
Wat met overdrachten of arbitrages?
- Arbitrage binnen een tak 23‑contract (van het ene fonds naar het andere) is niet onderworpen aan de meerwaardebelasting.
- Bij tak 44‑contracten is de belasting enkel van toepassing bij afkoop of vereffening, niet bij interne overdrachten.
Wie betaalt de meerwaardebelasting?
Wie de belasting moet betalen, hangt af van de manier waarop het contract wordt beëindigd:
- Bij een gedeeltelijke of periodieke afkoop → De verzekeringnemer betaalt de meerwaardebelasting.
- Bij een vereffening bij leven → De begunstigde betaalt de belasting. Dat kan de verzekeringnemer zelf zijn, maar ook één of meerdere personen die in het contract zijn aangeduid.
Dit onderscheid bepaalt ook wie de aangifte moet doen wanneer er voor een opt‑out wordt gekozen.
Hoe wordt de meerwaardebelasting berekend?
De belasting is enkel verschuldigd op meerwaarden die worden opgebouwd vanaf 1 januari 2026. Alles wat vóór die datum werd opgebouwd, blijft vrijgesteld.
De berekening verschilt naargelang de startdatum van het contract:
- Contracten afgesloten vanaf 1 januari 2026 → De belastbare meerwaarde is het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en het totaal van de gestorte premies.
- Contracten afgesloten vóór 1 januari 2026 → De reserve op 31 december 2025 geldt als referentiepunt (het zogenaamde fotomoment). De belastbare meerwaarde is dan het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en deze reserve.
Hoe wordt de meerwaardebelasting ingehouden?
De belasting kan op twee manieren worden geïnd: via automatische inhouding of via een opt‑out waarbij je zelf de aangifte doet.
1. Automatische inhouding (roerende voorheffing)
Bij een afkoop of vereffening bij leven houdt de verzekeraar automatisch 10% roerende voorheffing in op de gerealiseerde meerwaarde.
Belangrijke aandachtspunten:
- De inhouding houdt geen rekening met:
- de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro,
- eventuele minderwaarden.
- Daardoor kan het ingehouden bedrag hoger zijn dan de belasting die je uiteindelijk verschuldigd bent.
Je bent niet verplicht om de meerwaarde nog aan te geven in je belastingaangifte, maar je mag dat wel doen als je:
- de vrijstelling wil toepassen,
- een minderwaarde wil compenseren,
- of de ingehouden roerende voorheffing (gedeeltelijk) wil terugvorderen.
2. Opt‑out: geen automatische inhouding
Je kunt er ook voor kiezen om de automatische inhouding te vermijden. Dat doe je door expliciet aan de verzekeraar te vragen om de opt‑out toe te passen.
Wat houdt dat in?
- De verzekeraar houdt geen roerende voorheffing in.
- Jij moet de meerwaarde verplicht aangeven in je belastingaangifte.
- De vrijstelling van 10.000 euro en eventuele minderwaarden worden onmiddellijk verrekend in de aangifte.
- Je betaalt dus alleen de werkelijk verschuldigde belasting, en niet vooraf een mogelijk te hoog bedrag.
Wordt de fiscus op de hoogte gebracht?
Ja. De verzekeraar meldt aan de administratie:
- dat je voor de opt‑out hebt gekozen,
- én het bedrag van de gerealiseerde meerwaarde.
Jij ontvangt dezelfde informatie zodat je exact weet wat je moet aangeven.
Kan je je keuze herroepen?
Ja, maar slechts één keer per fiscaal jaar.
- Geen afkoop in dat jaar? → De herroeping geldt onmiddellijk.
- Wel al een afkoop gedaan? → De herroeping geldt vanaf het volgende fiscale jaar.
Voorbeeld 1
- 15 juli 2026: eerste afkoop → opt‑out
- 12 oktober 2026: tweede afkoop → herroeping → Herroeping geldt pas vanaf 2027.
Voorbeeld 2
- 15 juli 2026: eerste afkoop → opt‑out
- 20 juni 2027: eerste afkoop van dat jaar → herroeping → Herroeping geldt onmiddellijk.
Bronvermelding
Dit artikel is gebaseerd op informatie uit het blogartikel “Meerwaardebelasting op levensverzekerings-overeenkomsten: voorwaarden en gevolgen vanaf 2026” van AXA Belgium. Bron: AXA Belgium – https://www.axa.be/nl/blog/beleggingen/meerwaardebelasting
Wandelen, fietsen, steppen … Zó hou je het veilig onderweg